Sessie 9

Sessieverslagen

De Slag bij Koboldburcht 34

Aanwezig: Bíta (Lucy), Kamak (Niels), Særwen (Lisa), DM (Lars)
Afwezig: Merethril (Jonathan), Roswyn (Loes), Vængr (Tom)

De sessie begon met de helden in Koboldburcht 34, rustend in de troonzaal van Grijsslag. Magie vloog door de lucht en spatte aan de randen van de burcht in velerlei kleuren uiteen. De burcht was – zo viel het hen op – vreemd getransformeerd: niet langer een typische koboldburg, maar veeleer een ondergronds kasteel der mensen.
De helden slopen omhoog, achter de Grijsslag aan, naar de enige toren die boven de grond uitstak om te zien wat er te zien viel. De toren was nog van koboldmaak, de magie van de Grijsslag had grenzen. Hun pogingen om niet op te vallen faalden: Bíta ging tussen de houten kantelen door naar buiten hangen en Kamak verstopte zich achter een veel te kleine kanteel, er aan alle kanten achter uitstekend. Ze werden niet direct aangevallen, de koboldkampen – zes in totaal, aan alle zijden de burg omringend – waren daarvoor te ver van hen verwijderd. De kampen waren aan de tekenen op de totempalen te zien van diverse origine, slechts samengekomen in een los verbond. Het waren er duidelijk veel.
De Grijsslag informeerde de helden dat zijn magie de gewone kobolden buiten wist te houden, maar dat hij moe begon te worden. Al zijn kracht ging eraan op om de sjamanen van de kobolden tegen te werken met krachtige bezweringen. Hij ging mompelend op zijn troon zitten.
Særwen wist op welke tijd koboldsjamanen op hun zwakst zijn: ’s morgens vroeg. Ze wachten op de volgende morgen, en aten wat. De wekker ging een kwartier voor zonsopkomst, en weigerde aanvankelijk uit te gaan, veronderstellend dat harde klappen impliceerden dat de helden verder wilden slapen.
Ze slopen nu met wat meer succes door de hoofdtunnel naar buiten; de Grijsslag dekte hun tocht door een hoorns te doen schallen en een geestig leger van schimmen op de zuidelijke en oostelijke kampen af te sturen. De helden vervolgden hun tocht naar het grootste kamp: het noordelijke. Daar zou de getooide sjamaan, de hoogste van de zes, zich schuilhouden. Als ze hem zelfs maar tijdelijk uit zouden schakelen zou de macht van de sjamanen – door hem gebundeld – tijdelijk breken. Dan zou de Grijsslag zijn magie in dat essentiële moment geheel los kunnen laten op de vijand. Ze stuitten echter op enkele wachten. Deze zagen hen (sluipen was niet echt een geslaagde strategie deze sessie), maar de helden waren nog even onder de impressie dat ze toeterden op hun trompethanen om alarm te slaan vanwege het fantoomleger. In werkelijkheid toeterden ze wel degelijk om hen. De helden schakelden de wachten toch maar uit. De sjamaan kwam op hen af.
Verwarring maakte zich van de helden meester. Een trom sloeg snel en een ritmische stem dreunde door de plots oprukkende mist. Elke held werd geconfronteerd met andere, volstrekt denkbeeldige angstbeelden. Kamak vocht zijn weg door speren die in slangen veranderden en zich in hem vastbeten, alvorens in een blubberput vol bijtende en zuigende slibvissen weg te glijden. Bíta zag de sjamaan op vele plaatsen tegelijk en zakte weg in de grond, het was alsof haar benen in modder veranderen. Dit laatste overkwam ook Særwen, die eveneens moeite had illusie van werkelijkheid te onderscheiden. Door groot magisch talent doorbrak Bíta, gesteund door Særwen de magie en viel de sjamaan vernietigend aan. De speer die Kamak er vervolgens achteraan gooide brak zijn concentratie definitief. De mist loste op en alle angsten verdwenen. Een diepe stem weerklonk vanuit de burcht als de barstende donder in de bergen; de kobolden sloegen wild op de vlucht. Velen verdronken in de rivier, die groen kleurde van hun bloed. De Grijsslag kwam in een ton – een eerdere, ietwat dwaze, suggestie van de helden – gezeten op een vliegend varken aanzetten, de andere varkens achter hem aan.
Samen vlogen ze nu naar een veilige plaats, een omheinde richel op een hoge bergpiek. Ze bespraken aldaar hun verdere missie: het zoeken van de splinter van Mjollnir, de hamer van Þór, de dondergod. Harkenwolde en het verzet moesten wachten, dit was een hoger doel. De Grijsslag was bereid hen te helpen. Hij zocht er zelf naar om de god Þór zijn aandacht mee te trekken. De volgende dag zouden ze op reis gaan. De Grijsslag kondigde aan geregeld bij nachte tijdens de reis de groep even te verlaten om op kobolden te jagen. De helden stemden meewarig in met deze eis.

EINDE VERSLAG

Sessie 9

Norn Lars_Nooij