Sessie 8

Sessieverslagen

De sessie met de varkentjes..

Aanwezig: Bíta (Lucy), Kamak (Niels), Merethril (Jonathan), Roswyn (Loes), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Særwen (Lisa)

Vrijwel niemand was tijdens deze sessie plassende, een ongekende zaak.

In den beginne trokken de helden onder escorte richting de elvenwoonplaats. Daar troffen ze Eriyel, leidster van deze stam van Woudzangerelven. Eriyel verklaarde dat haar elven niets te maken hadden met het huidige conflict in Harkenwolde: ze hielden zich voornamelijk afzijdig, maar dreven van tijd tot tijd handel met beide partijen. Ze was echter wel bereid de helden de weg te wijzen naar Koboldburcht 34, al geloofde ze zelf niet dat de Grijsslag meer dan een legende was. Blijkbaar was de dwergentunnel die erheen leidde zeer vlakbij het elvenkamp en een gevaarlijke plaats; Eriyel hoopte blijkbaar dat de helden het gevaar zouden verzwakken. Ariyel, nicht van Eriyel, leidde de helden naar de tunnel en legde hen uit hoe deze te openen.
De tunnelingang bevond zich in een rots waarin de beeltenis van een dwergenhoofd was uitgehouwen. Een trap leidde omhoog naar de mond van deze figuur. De mond zou openen wanneer er vier koppen bloed van verschillende rassen in vier van de tanden werden gegoten – dit was duidelijk geen dwergse, maar necrotische magie, een vloek als het ware. Met vaardig talent voor arcana wisten de helden één van de koppen tot een minimum te beperken. Ze sneden zichzelf dapper en de vloek verdween voor het moment. Ariyel vertrok weer en de helden liepen de tunnel in.
Al zeer snel stuitten ze op een aantal reusachtige, rottende, gevleugelde, vliegende zombie-zwijnen. Kamak doorkliefde er een die zijn pad blokkeerde. Terwijl Bíta over het in tweeën gespleten karkas heenliep groeide het lijk weer aan elkaar, waardoor haar voet erin vast kwam te zitten. Dit veroorzaakte tevens een telepathische band tussen Bíta en Pinkie, het zwijn. Bíta overtuigde Pinkie van hun goede intenties en haalde de zwijnen (naast Pinkie waren er Bolle en Grote Zachte) over hen door de tunnel heen te vliegen naar “de duistere plek waar de boze tovenaar woont”. Ze was zeer vriendelijk voor Pinkie.
Ze landden voor een klein kasteel. Een portaal bevond zich voor een aantal ijzeren spijlen die de toegang gesloten hielden. Hier verscheen al snel the Emergency Medical Hologram (EMH), die in een vreemde tong sprak. Bíta werd mee naar binnen geteleporteerd en de EMH verdween weer. Roswyn wurmde zich tussen de spijlen door. Ze trokken willekeurig aan een drietal hendels, waardoor de spijlen omhoog trokken en een stalen poort in de tegenoverliggende muur opende. Bij deze tweede doorgang stond een bordje “naar koboldburcht 34”.
Desondanks gingen de helden eerst de wenteltrap op, waar ze een uit maden bestaande magiër troffen, die een magische bol manipuleerde en een staf in handen had. Hij activeerde runen van verstening, die Kamak bijna ernstig verwonden, maar was verder te verrast om veel weerstand te bieden en werd snel door de helden verslagen. De resterende maden vluchtten door kleine drainagegaatjes. De helden pakten de staf en de bol en gingen weer naar beneden. Bíta doorgronde het gebruik van de staf, waarop drie vingers waren met daarop drie plaatjes (1: zombie-varken, 2: vraagteken, 3: blij, levend varken). Ze drukte op knopje drie en genas de zwijnen, die zeer verheugd waren. Het bleken er in totaal 6 te zijn. Bíta verloor hierdoor enkele jaren van haar leven en verkreeg enige grijze haren.
Ze trokken nu de tunnel in en bereikten na enige tijd een tweesplitsing. In de ene gang stond een bordje “naar burcht 34a” en in de andere stond “naar burcht 34”, ook was er een bordje waarop stond “pas op, natte verf”. Het rook naar verf. Er was hier overigens ook een put waarbij een lijk zat dat een boek in handen had. Hij staarde heen en weer naar de helden, staarde vervolgens aandachtig naar Roswyn en wees met een knokige vinger naar haar. De helden hakten deze arm eraf, waardoor het lijk zijn evenwicht verloor en in een put viel. Veel herrie. In paniek bestegen ze hun vliegende zwijnen en ijlden door de tunnel richting burcht 34, beducht op een valstrik.
In een grote zaal klonken er vele trommels – deze weerklonken sinds de val van het skelet – en schoten er pijlen op de helden af. Plots verscheen er een monster! Een reusachtige, zwevende octopus met daarop een zeemeermin gezeten! Ze lachte als een vis en sprak met Bíta toen deze een poging tot converseren deed. Ze zei weinig zinnigs. De helden vluchtten een tunnel in het dak in toen ze hier een bordje “naar burcht 34” gewaar werden. De tunnel sloot zich; een vreemde vis-lach schalde er nog vaag doorheen.
Ze bevonden zich nu in een soort troonzaal, diep in een koboldburcht. Er was een zetel. Vlak bij hen stond een grijze man in een grijze wapenrusting, met grijze haren en een zilveren band bij wijze van kroon op het hoofd. Hij stelde zichzelf voor als de Grijsslag en wist de helden er redelijk van te overtuigen dat hij dit ook daadwerkelijk was. Hij zat nu al enige tijd gevangen in deze burcht, was volstrekt alleen en bevocht continue met zijn eigen magie de krachten van de geestenbezweerders van de Goblims die de burcht omsingeld hadden. Hij zocht naar een uitweg. Eerst echter nam hij de helden mee naar een toren, zodat ze gezamenlijk de omliggende landen konden overzien.

EINDE VERSLAG

Sessie 8

Norn Lars_Nooij