Sessie 7

Sessieverslagen

Sluipen door bezet Harkenwolde

Aanwezig: Bíta (Lucy), Vængr (Tom), Særwen (Lisa), Merethril (Jonathan), DM (Lars)
Afwezig: Kamak (Niels), Roswyn (Loes)

De Wisselaars en Særwen leren elkaar na de val van de toren wat beter kennen. Wie zijn ze? Wat willen ze? Wie is die sjamaan en wat ambieert zij op haar beurt? Ze besluiten Særwen in de groep op te nemen.
Terwijl ze spreken horen ze strijd losbarsten in de taveerne. Vængr sluipt erheen en kijkt door een raam. Hij ziet een drietal mensen, geleid door een oudere woudloper met een strijdbijl, verschanst achter tafels. Tegenover hen staat een – moeilijker zichtbaar vanuit Vængrs oogpunt – groep groenhuidigen, Goblims! Særwen identificeert de man als zijnde Dar Gremath, leider van het verzet. Ze spoeden zich steels naar binnen, laten Dar Gremath weten dat ze er zijn en vallen de Goblims in de rug aan. De eerste strijd is tussen Vængr in beestvorm – bijgestaan door zijn kameraden – en een Hobkold die een enorme kruisboog als knuppel gebruikt. De kobold sneuvelt wanneer men een pijl door zijn ogen heen schiet. Hierna verplaatst de strijd zich. Terwijl Vængr wordt tegengewerkt door Goblim-grunts vecht de rest van een afstandje tegen de Hobkoboldwacht, die het op Dar Gremath voorzien heeft. Wanneer deze sterft geven de overige kobolden zich over. Bíta hoort ze in het Goblim uit en vermoordt ze vervolgens in koelen bloede.
Ze slapen die nacht in zachte bedden bovenin de taveerne, bewaakt door het verzet. De volgende morgen betuigt Dar Gremath de helden zijn dank. Hij gunt ze hun verzoeken, voor zover hij ze redelijkerwijs kan voldoen, en is verder druk met het organiseren van de evacuatie en verdediging van Albrugge. Hij ziet heil in het plan van de helden om de Grijsslag erbij te halen; al is hij zelf sceptisch dat deze daadwerkelijk bestaat. Het zou het benodigde wonder zijn. Hij wijst ze hoe ze naar de Woudzangerelven kunnen komen via een relatief veilige route door bezet Zuid-Harkenwold. Hij spreekt uit te hopen ze snel weer te zien.
De helden bewegen zich de komende dagen voort door Harkenwold. Een grote uitdaging die met het verstrijken van de tijd alsmaar groter wordt. Ze sluipen langs stedes en door velden, met name bij nachte, en verschuilen zich overdag in stukken bosland. Eens, zij het voor vrij lange tijd, helpt Vængr de sporen uit te wissen door zichzelf – onder protest, na lang aandringen van zijn metgezellen – in een reuzeneekhoorn te veranderen en met zijn staart zachtjes over het pad te wrijven. Een andere keer – na een overval door aan de IJzeren Cirkel gelieerde bandieten – blust Kamak een bosbrand door een emmer vol urine over de bomen uit te storten. De enorme rookwolk en de geur brengt de IJzeren Cirkel al snel weer op hun pad en carnyx-achtige horens schallen door de duisternis. De Cirkel is zich ondertussen bewust geworden van de ramp te Albrugge en heeft vele patrouilles uitgestuurd om het Zuiden veilig te stellen. De helden demonstreren echter hun talent voor padvinderij en woudlopen door snel een nabije stroom in te lopen en een uur lang zowel geur als spoor te wissen door door het water te waden. In de middag van de tweede volle reisdag bereiken ze de rand van het diepe Harkenwoud.
Ze volgen getrouw de instructies van Dar Gremath en stuitten in de namiddag op een open plek. Na enige tijd spreekt een elf hen aan. Hij groet hen en gebiedt ze te zeggen wie ze zijn en waarom ze hierheen gekomen zijn. Zelf stelt hij zich beleefd voor. Hij luistert aandachtig en nodigt de helden uit om mee te komen naar het Woudzangerdorp, alwaar ze hun zaak aan Eriyel, leidster der Woudelven, mogen voorleggen.

EINDE VERSLAG

Sessie 7

Norn Lars_Nooij