Sessie 5

Sessieverslagen

Welkom in Harkenwolde!

Aanwezig: Bíta (Lucy), Merethril/Melethril (Jonathan), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Kamak (Niels), Roswyn (Loes)

De helden beginnen de sessie opgesloten in een kleine kloof; een metershoog rotsblok is die nacht toevallig voor de ingang gevallen. ’s Nachts opende de berg plots en toonde een grot, waar enkele goblins uit tevoorschijn kwamen, en een vurig vlammend reptiel. Met enige tegenzin verkennen de helden de grot, die bijzonder klein en op een krakkemikkige trap na leeg blijkt te zijn. Een spoor van magie verraadt dat de grot aan de binnenkant vermoedelijk ook open kan, maar nu zit het allemaal dicht. Ze nemen de trap – logisch bewijs voor de regelmatig waarmee rotsblokken voor de ingang vallen in deze contreien – en zetten deze tegen het rotsblok neer. Om te voorkomen dat hij omvalt terwijl ze omhoog klimmen rammen ze hem in een lijk.
Ze stuitten op een smal jagerspad, dat hen naar een een kleine halflinghut brengt. Bíta klopt aan en vraagt in haar liefste stem of ze naar binnen mogen komen. De halfling, Everard, stemt vriendelijk toe. Zijn motto in het leven is “als het aanklopt en vriendelijk vraagt binnen te komen, kan het vast geen kwaad.” Hij biedt ze thee, lamsbout, verhalen en een slaapplaats voor de haard aan. Merethril blijkt zijn grootvader nog te hebben gekend! Everard vertelt ze dat de vallei waar ze snel in zullen komen door kobolden geplaagd wordt; ze laten hem met rust, af en toe doodt hij er een paar. Hij eet elke dag braaf zijn erwten. Als je een koboldburg in wilt komen kun je het beste jezelf voor de ingang verstoppen en wachten tot ze naar buiten komen. De burg waar de helden de laatste nacht voor doorbrachten was koboldburg nummer 16.
De vallei van Harkenwold is licht heuvelachtig en dunbevolkt te zijn. Een rivier – de Witte Rivier – loopt er dwars doorheen. De helden lopen weer over de Koningsweg, oostwaarts. Het valt ze op dat er rook omhoog kringelt verderop. Dit is verdacht. Ze besluiten een kijkje te nemen. Een groep Hobgoblins met zwarte mantels met een grijze cirkel erop heeft een buitengebouw in brand gestoken en staat op het punt de hoeve zelf in de fik te steken. Er klinken angstige mensen van binnen het huis. De helden vallen de goblins en hun jachthonden prompt aan. De strijd centreert zich rond het lage stenen muurtje om het erf heen en is er vooral één van kruisboog tegen magie. Vængr en Merethril raken gewond, maar gedrieën zegevieren ze. De boerin, Ilyana, vertelt ze over de precaire situatie in Harkenwold. Enkele maanden geleden vielen de hobgoblins van de IJzeren Cirkel onder leiding van Nazin Roodhaak de vallei binenn. Ze versloegen de militie en namen Thaan – de lokale heer – Stockmer gevangen in het penthouse van zijn eigen vesting in Harken, de grootste plaats. Kikkerwezens uit de moerassen vallen de bewoners van Torsstede lastig. De Hobgoblins plunderen erop los en zijn de vrees van de regio. Er zijn er zo’n 200 in totaal. Het verzet centreert zich in Albrugge en wordt geleid door een veteraan, Dar Gremath. De Druïde Reithann, een oude vrouw, weet misschien meer.
De volgende morgen staat Gustavo voor de deur met de magische voorwerpen, hij komt luidruchtig aan. De helden nemen hem als huurling in dienst, op voorwaarde dat hij in het vervolg stiller is. Hij informeert ze in reactie op de verbaasde opmerking van Merethril dat hij ‘raar Garamba spreekt’ dat men in Zuid-Oost Garðarríki meestal met een vis in de mond praat en dat je dit ook zonder vis hoort.
Ze gaan te paard naar de druïde – de helden hebben de paarden van de gedode hobgoblins genomen. Reithann blijkt een zeer oude, ietwat zweverige vrouw te zijn, die voornamelijk klaagt over de dreiging van de Kikkerwezens. Ze gaan snel verder, een paar vreemde paddenstoelen rijker.
In Albrugge rijden ze recht het stadshart in. Ze zijn zwaar bewapend, krachtig gebouwd en rijden op hobgoblin-paarden. De wachtmeester komt onmiddellijk – te voet – met een patrouille op ze af. Meer kobolden zijn nabij te zien. Na enige vragen eist de wachtmeester dat ze meekomen voor ‘een lichte ondervraging.’ Vængr vermoedt dat ze weinig goeds met hen in de zin hebben.

EINDE VERSLAG

Sessie 5

Norn Lars_Nooij