Sessie 26

Sessieverslagen

Aanwezig: Bíta (Lucy), Fela/Eluriel (Sanne), Særwen (Lisa), Vængr (Tommy), DM (Lars)
Afwezig: -

[Addendum: Missie Tommy is geslaagd!]

De helden, Ratker en Boe zijn verzameld onder het leeglopende wrak van de opblaasbare, wit-stralende zwaan. Ze besluiten dat ze vermoedelijk wel opgemerkt zullen zijn en het beste een schuilplaats op kunnen zoeken. Ze vinden een hele goede greppel. Helaas zijn vele helden bijzonder weinig getalenteerd in stil rondsluipen en storten dezen zich nogal luidruchtig de schuilplaats in. Dáár zijn ze wel erg goed verstopt onder Bíta die zich met haar steen van mindere illusie in een laagje aarde heeft veranderd – en met Fela’s spreukje waarmee ze naar aarde ruiken. Helaas hebben de dertig Svartálfir die richting de zwanenboot optrekken hen al lang opgemerkt door het kabaal dat ze maakten. Ze worden gedwongen tot de overgave, ontwapend en gevangen genomen. Ze worden allen de handen gebonden en op Bíta na worden ze allen gekneveld.
Diep onder de kleine Svartálfstad Ras Taran aan het Zilvermeer worden ze in een pikzwarte cel gegooid. Bíta knaagt door Fela’s handtouwen heen; Fela maakt iedereen verder los. Eén muur is een groot gapend gat van een meter of twee bij twee; Særwen valt erin. Ze komt er bedekt met een vreemd slijm weer uit. Met warm water weten ze het er af te spoelen voor het schadelijke effecten heeft. Er is een luchtstroom in en uit de tunnel alsof er een mond onder zit. Fela’s lichtje doet iets schitteren in de diepte. Het komt langzaam naderbij: een verwrongen mond en neus. Vængr staat klaar het te bestoken met krachtige bliksem; hebben de Svartálfen ze hier gezet om opgegeten te worden?! Bíta begint met het ding te spreken. Het rochelt terug. Fela kan het tien minuten later door een ritueel verstaan. Na enig pogen komen ze erachter dat het Oudgnooms spreekt (Gnooms is drastisch veranderd door de jaren: apocope, syncope, klinkercontractie, breking, noem het maar op!), hetgeen tot grote miscommunicatie leidt. Gelukkig spreekt hij ook Elfs, en is deze taal minder drastisch veranderd. Het ding blijkt een gevangen Gnoomse koning uit de tijd van de Svartálfinvasie van Svartálfheimr te zijn. Een triest wezen.
Er gaan enige dagen voorbij zonder ook maar de minste onderbreking door de Svartálfir. De Gnoom/het ding trekt zich terug. De helden raken langzaam door hun rantsoen heen; vooral het water raakt op. Ze zitten vast. Maar niet voor lang. Alle tekenen wijzen erop dat de Chethael zeer dichtbij zijn. Waaronder het feit dat er een extreem strijdgeweld klinkt boven. De helden forceren een stukje van de deur. Het is te laat. Lijken storten van de trap. Een Eladrin loopt de trap af. De scène verandert volledig. Voor hen – en kort daarna ook om hen heen en achter hen – verandert de kerker in een brede gang met ramen en deuren van een paleis. De muren zijn bedekt met wit marmer met goud-aderen erdoorheen. Dit is een rijke plek! Het is Fela’s thuis.
Ze bezoeken Fela’s persoonlijke vertrekken. Een magiër – Vrothgar, een mens – komt de gang binnen en verdwijnt in de kamer van Eldaran. Vængr luistert af. Fela stormt de kamer al snel binnen. De magiër en haar broer kijken haar raar aan. Bíta verandert in een jurk. Fela loopt snel het vertrek uit en opent alle andere kamers. Er is niemand. Dit is gek. Fela stormt haar broers kamer weer in. Zowel zij als Vængr merken af en toe een glimps op van iets geks in die ruimte. Særwen wordt naar binnen gesleept. Fela stelt haar voor. Vrothgar en Eldaran kijken haar bezorgd aan; ze zien Særwen niet, noch kan Særwen hen aanraken. Wel kan ze voorwerpen manipuleren. Ze pakt een dolk van onder Eldarans kussen – op Fela’s advies – en werpt deze de magiër de rug in. Dit doet pijn. Wat volgt is een lichte magische strijd waarbij Eldaran levend verbrand ondanks Fela’s pogingen hem tegen te werken. De scène bevriest. Een Eladrin stapt uit de schaduwen tevoorschijn. De scène verandert: Vrothgar en Eldaran zijn verdwenen; de helden en de vreemde Eladrin bevinden zich in een afgesloten, tempel-achtige ruimte.
De Eladrin stelt zich voor als zijnde Celedon, een Chethael-meester en leider van één van de eenheden. Hij excuseert de helden voor de brute wijze waarop hij door de herinneringen van Fela te projecteren haar onschuld voor zichzelf bewezen heeft. Hij verklaart zich nader en legt veel dingen uit. Hij was gestuurd om de voor moord op haar broer, de kroonprins, veroordeelde en voortvluchtige Fela – eigenlijk Eluriel Felraun, dochter van de koning van Álfheimr – gevangen te nemen en terug te brengen naar haar vader. Maar Eveluë, Fela’s zus, had hem benaderd voor zijn vertrek. En gezien de problemen in Álfheimr – waar hij Vrothgar van verdenkt – luisterde hij. Nu gelooft hij in Fela’s onschuld. Ze bespreken allen enige zaken. Hij zal hen voorzien van wat vers rantsoen, geeft hen een communicatie-ring en een degelijke verbergingsmantel voor elk van hen. Hij zal verder proberen de Chethael van hun spoor af te houden; hij schat dat hem dit ongeveer een maand zal lukken.
De helden doorzoeken het stadje en vinden 2500 goudstukken, Svartálfkleding, drinkwater en enige interessante documenten. Er is namelijk een ruimte waarin een Elf gehuld in Svartálfkleding dood op de grond ligt. Hier zijn vele documenten met inlichtingen verzameld over Miðgarðr, de IJzeren Cirkel en de Elven. Fascinerend. Ook vinden ze elders een document dat de adel van Svartálfheimr oproept tot militie omdat er een Dwergeninvasie zou zijn.
Bíta drinkt wijn met de Grijsslag. Vrothgar is de pretendent-priesterkoning die Þeodreds troon in de Toren van Dalecarlië bezet! De Grijsslag is zéér verheugd te horen dat Vrothgar niet in Miðgarðr is en bereid zich onmiddellijk voor om met zijn leger tegen Dalecarlië op te rukken.

EINDE SESSIE

Sessie 26

Norn Lars_Nooij