Sessie 24

Sessieverslagen

Aanwezig: Bíta (Lucy), Fela (Sanne), Særwen (Lisa), DM (Lars)
Afwezig: Vængr (Tom)

De helden beginnen in een ietwat precaire situatie. Omringd door gnomen staan ze in een door dit kleine volk bewoonde ruïne in de buitenste regionen van Svartálfheimr. Buiten de ruïne snellen zowel Svartálfen als een nog onbekend gevaar op hen af. Ratker, de gnoomse leider en nu hun gids, leidt hen de diepte in onder de ruïne en opent een oud labyrint. Waarheen het precies leidt weet niemand en de gnomen zijn er al vele jaren niet binnen geweest, maar het zou ze een uitweg moeten bieden. Ratker weet weinig over de plek, behalve dat het eens een tempel voor één of ander monsterlijk duister wezen was in de tijd voor de komst van de Svartálfir.
Terwijl Fela de andere helden ten langen leste vertelt dat ze al sinds Kezem Du-Bel achtervolgd wordt door verraderlijke Eladrin (ze zou uit Álfheimr gevlucht zijn omdat ook daar de IJzeren Cirkel een entree zou hebben gemaakt in de vorm van de infiltratie van de tovenaar Vrothgar binnen de koninklijke hofhouding), trekt Ratker zich in een hoekje terug en fluistert in zijn hoed. De gangen van het labyrint zijn eigenaardig. Ze lijken niet op een bekende wijze uitgehouwen te zijn, maar het haast alsof de steen in één beweging glad en vloeiend tot zijn huidige vorm geschapen is. Ratker keert zich weer tot de groep met het nieuws dat ze bij de eerste splitsing links moeten en dat dan alles goed zou moeten komen.
De eerste splitsing blijkt drie gangen te hebben, waarvan de linker volledig geblokkeerd is. De middelste is vochtig en loopt snel de diepte in, de rechter is droog en loopt recht. Het is duidelijk te zien dat de linkergang, die ze hadden willen nemen, oorspronkelijk ook recht liep. Volgens Ratker en hoed leidt de middelste naar een waterreservoir onder de tempel, terwijl de rechter rechtstreeks naar de oude priestervertrekken moet leiden. De helden besluiten de middelste gang te nemen.
Ze roetsjen naar beneden door een lange, steile gang tot ze in een kleine ruimte uitkomen die uitkijkt over het waterreservoir. Voor hen staat iemand met de rug naar hen toe. Het blijkt Silvius, de vampier, te zijn, die hier met zijn vrouw Silvia, een succubus, en kinderen woont. Hij groet hen hoffelijk en zeer galant en biedt hen een bijzonder thee – “sanguine” – aan in zijn privévertrek. Ze drinken, ze praten, ze drinken wat meer. Ze komen erachter dat Silvius wist van hun komst omdat hij geïnformeerd was door Boëthius (Boe), de Reuzachtige Mini Ruimtehamster die Ratker in zijn hoed verstopt heeft. Fascinerend gezelschap.
Ondertussen vertoont Bíta steeds meer verschijnselen van fysiek ongemak. Telkens als het gebeurt gloeien zowel het amulet van An Cailech (die blijkbaar Rebecca heet en familie van Silvius is) als Pedro’s ring op, alsof ze elkaar bestrijden. Volgens Silvius valt het amulet niet echt te verwijderen, maar is de conditie gewoonlijk niet fataal. Hij leek enigszins onbekommerd met het geheel.
Silvius’ ‘kasteel’ is goed verdedigd en hij biedt de helden een slaapplaats aan. Vervolgens kunnen ze dan dieper het labyrint intrekken.

EINDE

Sessie 24

Norn Lars_Nooij