Sessie 14

Sessieverslagen

Vlucht uit Kezem-Dubel

Aanwezig: Bíta (Lucy), Fela (Sanne), Særwen (Lisa), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Kamak (Niels), Merethril (Jonathan), Roswyn (Loes)

De helden – en Theodred Landhand – zitten aan het begin van de sessie flink in de problemen. Ze bevinden zich in een op een brug tussen twee achtergangen van Kezem Du-Bel en zijn opgemerkt door hun vijanden, die ze van beneden bestoken met giftige pijlen. Ze snellen voorwaarts richting de beloofde wenteltrap; achter hen schallen hoorns, klinken strijdkreten en – na verloop van tijd – brult de op de splinter beluste draak, Xarax. Ze zoeken naar een uitweg: de voorpoort, een portaal, of de onderpoort. De Grijsslag is verwond door een pijl en kondigt vermoeid aan zijn bezweringen die de magische aanwezigheid van de splinter verhullen voor de draak te beëindigen nu ze gesignaleerd zijn.
De wenteltrap blijkt wankel en instabiel te zijn; overal liggen gruis en gevallen stenen. De weg omhoog blijkt al spoedig geblokkeerd te zijn. Zodoende gaan de helden zo voorzichtig mogelijk naar beneden, waar de lucht muf en stil is. Beneden aangekomen stort de trap van bovenaf in nadat Kobolden er al te onvoorzichtig ingestormd zijn. De helden bevinden zich nu in wat de oude troonzaal blijkt te zijn. Wandtapijten bedekken de wanden en een schitterende, ongeopende poort sluit de zaal af. Op een hoge troon liggen een met runen bedekte gouden hoofdband en een middelgrote hamer. Men vreest een val en neemt deze voorwerpen slechts uiterst voorzichtig op van het zitkussen waar ze op rusten (dit door middel van de Tovenaarshand van Fela, een spreuk). Er weerklinkt een onduidelijk gefluister dat lijkt op “…een nacht onder de sjterren…!” maar verder gebeurt er niets.
De helden bespreken hun situatie en verdiepen zich in wie Fela nu eigenlijk is. Fela zegt dat ze een magiër is die voor weinig bang is en eeuwig op zoek is naar meer magische kennis; zo zocht ze ook Xarax op, hopend dat hij wat van zijn ervaring met haar zou delen. Dit bleek een onrealistische verwachting en zodoende besloot ze zich bij de ontsnappende helden aan te sluiten, toen ze zelf doorhad hoe penibel de situatie was.
Vanaf dit moment weerklinkt af en toe een doffe dreun, flikkeren de vlammen geregeld blauwer dan je zou verwachten, is er een gevoel van magische aanwezigheid en zijn er andere verontrustende tekenen. Theodred vermoed dat het de naderende aanwezigheid van de draak is.
Særwen opent de poort en de helden zien een gigantische, magnifieke en imposante zaal voor zich liggen. Een hoge, brede weg slingert zich – hier en daar vertakkend naar donkere zijgangen, waar toortsen flakkeren – langs standbeelden en schitterende ertsaders en edelstenen naar een omzuild platform in de verte. Diep beneden de weg kolkt een snelle, onderaardse rivier, die met een diepe val de zaal instroomt en het geheel in nevelen hult. De helden spoeden zich voort naar het platform, waarop ze denken een dwergenportaal te hebben gezien. Vængr wist het te herkennen dankzij het platform waarnaast hij eens een paar weken onder de grond had vastgezeten.
Vanuit de donkere zijtunnels komen snel vele Kobolden aangestormt. Vængr gooit echter met verwoestende intentie vlammend zaad in een kookpot die wordt vastgehouden door een dwergenstandbeeld langs de weg. De geur verraadt dat de pot nog altijd gerijpte dwergenkaas bevat. De doordringende geur neemt toe zodra de kaas verhit wordt en wekt het standbeeld, dat onmiddelijk met een gigantische, metalen lepel kaasbommen om zich heen begint te gooien. Enkele helden worden er half door geraakt en glijden gierend door de smurrie; de Kobolden zien de weg voor zich afgesneden en weten even niet wat te doen.
Onderwijl verschijnt Xarax vanuit een verborgen luchtschacht en stort zich op de helden af. Hij biedt ze één kans om hem de splinter te geven of te sterven. Vængr sluipt weg en drinkt zijn gouden drankje, dat hem in een gouden draak verandert. Xarax valt de tijdrekkende helden aan, maar Theodred heeft de tijd benut om een defensieve spreuk voor te bereiden en redt hen. Vængr de draak stort zich op Xarax en bijt zich vast in zijn vleugel; de twee storten zich bijtend en vuur spuwend de diepte in. Theodred vlucht met Merethril, die nog altijd de dwergenmunten die het portaal bedienen bij zich draagt, naar het portaal. Fela steelt de munten ongemerkt uit Merethrils zak en springt op Vængrs rug wanneer hij weer bovenkomt. De andere helden vluchten naar het portaal. Fela gooit ze één muntje toe en zij en Vængr vliegen door de schacht omhoog. De verontrustende signalen van eerder bereiken een hoogtepunt.
Theodred activeert wanhopig voortijdig het portaal; hij en het grootste deel van de groep teleporteren per ongeluk naar de plek waar Vængr eens vastzat. Vængr en Fela ontsnappen door de voorpoort, waar Pedro – gezeten op een vliegend varken – ze opwacht. Ze leggen zeer snel de situatie uit. Pedro pakt zijn diadeem uit zijn broek en spoort Bíta op, en spoed er op het varken achteraan, gevolgd door de andere varkens en de twee overgebleven helden. De draak vliegt woest naar buiten, maar keert snel terug naar de burcht wanneer er een gigantische dreun uit weerklinkt. De Grijsslag is ondertussen gefrustreerd over zijn lot om zonder munten vast te zitten in de diepte.
Na twee dagen raakt het drankje uitgewerkt. Fela en Vængr stoppen hun achtervolging van Pedro en – nu in Oostelijk Garðarríki – beginnen voedsel te verzamelen en een klein kamp te maken. De andere helden en Theodred zijn afgedaald naar An Caillech, de Svartálf die ver beneden hun nis waakt. Ze foppen haar met het drakenmedaillon dat Særwen stal van een koboldpriester en ruilen dit voor hun vrijheid. De Svartálf teleporteert hen naar Fela en Vængr.
Theodred trekt zich terug en – Bíta belovend over enkele weken terug te keren en haar zeggend hem te vertrouwen – verdwijnt na uitgerust te zijn. De helden – nu zonder splinter – besluiten na uitgerust te zijn de reis naar Þorbardin, de Laatste Dwergenburcht, te beginnen.

EINDE VERSLAG

Sessie 14

Norn Lars_Nooij