Sessie 13

Sessieverslagen

Confrontatie met Xarax – Fela sluit zich aan

Aanwezig: Bíta (Lucy), Fela (Sanne), Kamak (Niels), Særwen (Lisa), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Merethril (Jonathan), Roswyn (Loes)

De helden komen met het adamantijnen bakje terug in de Grote Smidse van Kezem Du-Bel, waar het verbazend stil is. Er heerst nog enig wantrouwen na de twist tussen Særwen en de Grijsslag, maar de stilte maant tot waakzaamheid. Bíta vermoordt zeer willekeurig [DM: wat is je alignment ook alweer Bíta? Chaotic Evil? Want dat is wat deze handeling is.] de twee miserabele kobolden die ze eerder vastgebonden achter hadden gelaten. Er zijn 6 uitgangen: de grote tunnel waardoor ze aanvankelijk kwamen, een grote tunnel aan de andere kant van de kamer en – veel hoger en bereikbaar door een wenteltrap – een viertal kleine, manshoge tunnels. De helden zoeken naar luchtstromen en voelen het meeste circulatie in de bovengelegen tunnels.
Terwijl ze de wenteltrap bestijgen komt Xarax de Grote, een gigantische, rode draak, via een van de grote tunnels de smidse binnenstormen. Hij gebiedt hen te blijven staan en hem de splinter te geven. Hij lijkt tevreden te zijn. Vængr, Kamak en Theodred rennen door; Bíta (vermomd als stilstaande elf) en Særwen blijven achter om te onderhandelen. Met name Bíta sluit collaboreren met de draak niet uit. De onderhandelingen mislukken wanneer ze weigeren Bíta als gijzelaar achter te laten (met de uiteindelijke implicatie dat zij pas wordt vrijgelaten wanneer Xarax de splinter veilig en wel in handen heeft). Bíta en Særwen vluchten de tunnel in. Xarax blaast een gigantische vuurzee achter ze aan de tunnel in.
Licht verschroeid bereiken ze de overige helden, die voor een viersplitsing zijn blijven staan. Theodred geneest het grootste deel van de schade met een spreuk. Er zijn drie tunnels voor hen: uit de linker klinkt het geluid van wapengekletter, de rechter is besmeurd met een walgelijke poepbruine kleur, in de middelste is een stervormig symbool op de wand gekerfd. Er hangt de impressie van vagelijk vertrouwde magie, vooral in de middelste tunnel. De heren stormen de linkertunnel in, denkende aan de woorden van de draak dat zijn mannen elke uitgang bewaken. Na enige tijd verdwijnt vreemd genoeg het geluid achter hen; uiteindelijk stuiten ze op een afgrond, met slechts een uitgehouwen trap om ze verder te laten gaan. Beneden zien ze uit een lagere zaal koboldtroepen naar boven marcheren. Ze keren terug. De damens zijn ondertussen de middelste tunnel ingegaan en zijn op vijanden gestuit. Ze vluchten en keren weer. Fela bevindt zich op een rotszuil in de kamer waarop de middelste tunnel uitkomt.
Wanneer de kobolden de gang insluipen – achter Bíta en Særwen aan – valt Fela ze van achter met haar krachtige magie aan. De helden vallen van voren aan en de strijd is na korte tijd gedaan. Fela blijkt zeer krachtig te zijn. De helden besluiten haar zonder veel discussie tijdelijk op te nemen in de groep; ze beweert namelijk ook een vijand van de draak te zijn en weg te willen komen uit deze burcht.
Een zwaargewonde kobold krijgt het volgende aanbod: vertel ons de meest veilig uitweg, of sterf een langzame en pijnlijke dood. Theodred vertaalt. Hij zegt ze dat er aan de noordkant van deze zaal een tunnel is die naar een wenteltrap leidt, die voert naar buiten. Særwen pakt zijn drakenmedaillon af. De kobold sterft een zeer pijnlijke, geestverwoestende, maar snelle dood. Een wreed lot.
Ze volgen het advies van de kobold en stuiten al snel op een door jonge koboldjagers bewaakte touwbrug over wat vermoedelijk dezelfde ruimte is die de heren eerder zagen. Ze vallen steels aan en doden één van de vier wachten nog voordat ze goed en wel doorhebben wat er gaande is. De wachten aan de overzijde van de brug beginnen nu snel de touwen door te snijden, maar worden door een spreuk van de magiër zeer slaperig en langzaam gemaakt. De helden maken korte metten van de overgebleven drie voordat de brug het begeeft en spoeden zich naar de overkant. De Grijsslag deed niet mee aan dit gevecht, maar zag er vermoeid en enigszins verzwakt uit. De eerste gedode kobold stortte van de klifwand af, de diepte in. Dat zijn lijk door soortgenoten gevonden werd is maar al te duidelijk: geschreeuw en hoorngeschal weerklinkt vanuit de diepte.

EINDE VERSLAG

Sessie 13

Norn Lars_Nooij