Sessie 12

Sessieverslagen

De splinter!

Aanwezig: Bíta (Lucy), Særwen (Lisa), Vængr (Tom), DM (Lars), Toeschouwer (Sanne)
Afwezig: Kamak (Niels), Merethril (Jonathan), Roswyn (Loes)

De helden bevinden zich in de laagste diepte van Kezem Du-Bel, de verborgen tombe. Ze zijn in een hoge ruimte. Langs de wanden zijn op vele verschillende niveaus richels uitgehold waarop stenen grafkisten geplaatst zijn. Voor de helden doemt een gigantische poort op, die tot aan het in schaduwen gehulde dak rijkt. De poort is gemaakt van een vreemd soort witte steen, de poortdeuren van een vreemd metaal. Op de deuren is een kaart van het gehele Dwergenrijk op zijn hoogtepunt afgebeeld; een grote, het licht naar binnen opvangende, witte edelsteen geeft aan waar Kezem Du-Bel ligt. Voor de poort staat een standbeeld van een Dwerg in koninklijke gewaden met een geweldige baard. Hij heeft een grote strijdbijl in zijn hand, waarop in het elfs woorden van vriendschap geschreven zijn. In zijn baard draagt hij een tablet waarop staat dat hij koning Wilmor, de eerste van zijn geslacht en stichter van deze burcht was.
Vængr probeert het standbeeld te besluipen. Het is onzeker of hij slaagt, maar het standbeeld reageert niet op hem. De helden en de Grijsslag lopen nu naar de poort toe en proberen erachter te komen hoe hij opent. Er rust een zeer krachtige bezwering op, die zijn kracht put uit de splinter van de hamer Mjollnir, Thórs hamer. Særwen besluit langs het reliëf van de dwergenkaart omhoog te klauteren naar de edelsteen die Kezem Du-Bel is. Dit lukt haar en aangekomen bij het juweel – dat ongeveer even groot is als haar bovenlichaam – probeert ze het in te drukken. Ook dit lukt en ze verdwijnt al drukkende achter de edelsteen aan een tunnel in. Plots verdwijnt de edelsteen voor haar en verschijnt weer achter haar, de weg afsluitend! Ze probeert hem eruit te duwen, maar dit werkt niet. Ze zit opgesloten. De andere helden broeden bezorgd verder op het probleem van de poort.
Na enige tijd stuit Særwen op een gat voor haar in de tunnel. Uit dit gat komt een grijs licht. Ze roept haar geestesgezel op. Uit het gat klinkt een verdwaasde dwergenstem. Kort daarna stijgt er een zwevend, doorschijnend dwergenhoofd op uit de tunnel. Særwen spreekt met hem in de gemeenschappelijke taal. Hij blijkt de geest van Wilmor te zijn en hij teleporteert Særwen en zichzelf met een “ploep”-geluid naar zijn graftombe. Deze bevindt zich in een oneindige ruimte gevuld met sterren en sterrenlicht. In het centrum ligt zijn lijk, met de bijl in de ene en de splinter in de andere hand. Wilmor bewaakt de splinter. De geest vraagt Særwen herhaaldelijk of ze de bijl op komt halen, of ze familie is en hoe ze heet. Dit doet hij gedurende de hele sessie een aantal keer.
De helden zijn er ondertussen dankzij de Grijsslag achter gekomen dat een poort als deze meestal geopend moet worden door interactie met een beschermgeest, maar ze weten niet hoe ze deze op moeten roepen. Plotseling verschijnt Wilmors hoofd voor de poort. Hij herkent de Grijsslag onmiddelijk en noemt hem Theodred Langhand, de “priesterkoning van Dalecarlië, de godenbezweerder, splinterdief”. De helden teleporteert hij na wat verwarring mee naar Særwen alwaar een lange discussie begint waarbij men geregeld heen en weer geteleporteerd wordt.
De helden krijgen twee aanzienlijk van elkaar afwijkende versies van de geschiedenis van de splinter te horen. Wilmor beweert – in een wat verwarde vertelling – dat Theodred priesterkoning was van een corrupt rijk en dat hij de splinters van Mjollnir verzamelde om de goden uit te dagen. Hij zou de goden aan zijn wil hebben willen binden, zodat hij zelf tot god verheven zou worden! Om dit te voorkomen verzamelden zich onder andere de Dwergen in grote legers en versloegen hem in de Slag der Duizenden. Ze doodden en vernietigden Theodred, maar hij keerde door donkere magie gedreven terug en probeerde de splinters opnieuw te bemachtigen. Wilmor, die volgens zijn eigen verhaal tevens de oorspronkelijke vinder van de splinter was, leidde de Dwergen middels de macht van de splinter tot grote overwinningen. Dit was de tijd dat de Dwergen hun hoogtepunt kenden. Na verloop van tijd – zijn leven werd gerekt door de magie van de splinter – werden echter enkelen van zijn nazaten tot gekte gedreven, vermoedelijk door de macht van de voorgenoemde magie. En toen besloot Wilmor dat het tijd was om te sterven en de splinter voorgoed van de wereld af te sluiten.
Theodred beweert dat hij een trouw dienaar van de goden was en als priesterkoning – evenals later in zijn leven – probeerde de kracht van de goede goden te bundelen zodat de volgelingen van de kwade Jotunns, de reuzen, gebroken kon worden en alle kwade wezens uit Miðgarðr verdreven konden worden. Daartoe had hij de splinters verzameld en de spreuken geleerd. De Dwergen echter, zelfzuchtig en machtsbelust, spanden samen met enkele andere volken en vielen hem steels aan. In de Slag der Duizenden werd hij verslagen, overweldigd door zijn tegenstanders. De goden echter zonden hem terug naar de wereld: Theodred kon niet rusten tot hun hoge doel verwezenlijkt was.
De helden weten Wilmor ervan te overtuigen hen de splinter te overhandigen. Wilmor zelf zou dan eindelijk kunnen rusten in de medehallen van het hiernamaals, en de splinter was weer nodig in de wereld. Het hielp ook dat ze hem vertelden dat ze gezonden waren door Wilmors eigen nazaat, Prins Siwaz van de Dwergen.
Aanvankelijk weten de helden het voor de Grijsslag verborgen te houden dat ze splinter hebben weten te bemachtigen (de gesprekken en onderhandelingen vonden plaats in de magisch verborgen tombe, niet voor de poort, waar de Grijsslag de ganse tijd gestaan had). De Grijsslag besloot hierop met zijn magie te proberen de bezwering en de poort te breken. (De poort zelf opent simpelweg door erop te kloppen, maar dan verschijnt er altijd een nieuwe poort achter, die hetzelfde doet) De magie vernietigt het dak van de tombe-zaal waardoor er magma naar binnen begon te stromen. De helden rennen hierop naar het adamantijnen bakje, waar de kobold wacht, en zeggen de kobold hen snel op te heisen. Wilmor had hen het geheim verteld waarmee ze door de magmazee konden komen, en zodoende konden ze de Grijsslag achter laten. Deze begint terstond magische woorden te mompelen, maar wordt in zijn concentratie gestoord door Bíta die hem tot hen roept, de hand toesteekt en aan boord helpt. Særwen is ziedend.
Een discussie volgt terwijl ze dankzij de snel aan het mechanisme draaiende kobold omhoog gaan. De Grijsslag beweert dat de magie van de splinter Særwen zal aantasten en verzoekt haar met klem de splinter aan hem te overhandigen omdat hij als enige de juiste tegenbezweringen kent. Særwen had wel iets vreemds gevoeld toen ze de splinter aanvankelijk aanraakte in de tombe van Wilmor, maar nu was de splinter in een doek gewikkeld. Ze wantrouwt de Grijsslag volledig en ziet hem als een duister wezen. Bíta raakt echter overtuigd dat ze de Grijsslag voor het moment kan vertrouwen en kiest partij voor hem. Vervolgens besluit ook Vængr hem te steunen. De Grijsslag probeert het vertrouwen van Særwen te winnen door haar vragen te beantwoorden. Zo legt hij uit dat hij geregeld nachtelijk verdwijnt om in diep gebed de magie te herniewen die hem – een overledene – aan deze wereld gebonden houdt. Hij is in dergelijke uren kwetsbaar en vertrouwde hen niet genoeg om het eerder te vertellen. Toch gelooft ze zijn goede intenties niet en zodoende voelt hij zich – vlak voordat ze de magmazee bereiken – genoodzaakt haar met magie te dwingen hem de splinter te overhandigen. Hij slaagt.
Wanneer ze de Grote Smidse opnieuw bereiken merken ze dat het er verbazend stil is. De kobolden die ze er achter hadden gelaten zaten er nog steeds, maar er klinkt buiten hun zachte ademhaling geen enkel geluid in de hele burcht.

EINDE VERSLAG

Sessie 12

Norn Lars_Nooij