Sessie 11

Sessieverslagen

De diepten van Kezem-Dubel

Aanwezig: Kamak (Niels), Merethril (Jonathan), Roswyn (Loes), Særwen (Lisa), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Bíta (Lucy)

De helden trokken verder de diepte in en bevonden zich nu op de Derde Diepte. De gang helde nog altijd langzaam omlaag en in de verte leek er vuur te gloeien. Ze stuitten op een oude edelsmidse, hetgeen bevestigd werd door de vondst van een oud boek in elvenschrift dat ze binnen een met magische rune gesloten deur. De Grijsslag hielp hen de runen te lezen. Op de grond in de tunnel liep van hieraf aan een mijnwagenspoor. De helden vonden enkele kleine edelstenen in de resten van de smidse.
Even later hoorden ze de patrouille opnieuw naderen, nu vanuit de diepte. Ze doken een zijkamer in, welke een gelachzaaltje bleek te zijn. Hier verschansten ze zich slim door zich deels verdekt op te stellen en een touw voor de ingang te spannen, laag bij de grond. De patrouille rook Kamak echter en een gevecht begon. Het bleken Kobolden, dienaren van Xarax de Grote de Rode Draak, te zijn, geleid door Minguz de drakenpriester. Ze waren dankzij hun knechtschap aan de vuurdraak grotendeels beschermd tegen vuuraanvallen, tot frustratie van de helden.
De strijd was fel en lang, maar in wezen was het al snel duidelijk wie er zou winnen. Twee van de vijf kobolden vielen namelijk over het touw en werden onmiddelijk door Kamak met een stenen Dwergendeur op het hoofdgesmeten en door Særwen met pijl en boog aangevallen. Ze vielen bloedend en zwaargewond bewusteloos en werden snel gedood. De priester Minguz was echter een tanig vijand die zijn strijdgenoten aanmoedigde en tot grotere kracht en heldenmoed aanzette. Hij gaf zich na enige tijd echter over aan de helden.
Minguz droeg een soort ambtsketting, welke Merethril – die beweerde geboren te zijn uit een draak – tijdens de onderhandelingen van hem afnam. Merethril was de enige die met hen kon communiceren, aangezien hij de enige spreker van het Draaks was. De kobold kreeg een gigantische aanval toen de ketting hem af werd genomen en leek haast wel bibberend verblind. Merethril deed de ketting om en voelde de Draak in zich geest. Hij deed hem al snel weer af, maar niet voordat hij en Xarax zich wederzijds enigszins van elkaar gewaar werden. De draak leek door de ketting rechtstreeks macht uit te oefenen op zijn slavenvolk. Minguz kreeg de ketting weer om en was getemd.
Onder bevel van de helden leidde Minguz hen eerst naar de draak, maar al snel – toen duidelijk werd dat de splinter niet daadwerkelijk bij Xarax was – naar “de paden van de doden”. Dit bracht hen naar de Grote Smidse – een metalen en stenen platform van immense grote dat boven een magmazee, een zijkamer van de vulkaan, was gebouwd. In het midden van de kamer was een blauw-glanzend bakje aan een ketting en katrol van hetzelfde soort blauwglanzend metaal – het onverwoestbare, mythische adamantijn, schat der Dwergen. Ze stapten met Minguz het bakje in en daalden af naar de magmazee. De Grijsslag, die al enige tijd half-dromend om zich heenkeek, sprak een toverformule uit. De magmazee verdween onder hen in het niets, het was alsof de gloeiende zee zich voor hen scheidde, en de helden daalden af door de steenmassa die zich eronder bevond. Een kilte verspreidde zich.
Diep onder de magma bereikten ze een verborgen kamer van geweldige, schitterende grootte. Adamantijnen balken waren in de muur verwerkt en baadden de ruimte in een flauw licht. Overal langs de muren bevonden zich graftombes van de Dwergen. Voor de helden was een grote poort die tot aan het duister plafond reikte. Nergens was de magie van de splinter voelbaarder.

EINDE VERSLAG

Sessie 11

Norn Lars_Nooij