Norn

DnD Norn: sessie 23 (12/09/2014)

Boem! Kaas! Cailech!

Aanwezig: Bíta (Lucy), Fela (Sanne), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Særwen (Lisa)

De sessie begint terwijl de helden met grote snelheid met een lift in een mijnschacht (een paar honderd meter diep) verdwijnen. De laatste, overlevende Wisselaarwacht stort al snel langs hen heen en komt met een enorme schplat! neer op de bodem. Er klinkt een ijzingwekkende kreet vanuit de keel van Grigor-A, ver boven hen. Vuur flitst en het mechanisme van de lift kreunt en kraakt. Meryl verandert – nu ze in de schacht is – in haar drakenvorm en stort zich achter de helden aan. In een poging dit tot een goed einde te brengen tovert Fela haar geliefde stankwolk tevoorschijn – gas vult de schacht boven hen – welke Vængr op zijn beurt doet exploderen door er vlammend zaad in te schieten. Een enorme explosie volgt. Meryl klinkt weinig geamuseerd.
Er is echter een complicatie: de tunnel is danig verzwakt door de klap en het plafond begint in de vorm van rotsblokken naar beneden te storten. Gelukkig hoeven de helden zich niet lang zorgen te maken dat deze rotsen de lift zullen verpletteren: het mechanisme breekt namelijk af en de lift geraakt in vrije val. Er zijn nog een paar honderd meter te gaan. Men ontdekt na een paar tellen een klein knopje in de schachtwand en Vængr doet een indrukwekkende staaltje acrobatiek om het – terwijl Fela hem aan één voet vasthoudt – met de grote teen van zijn andere voet behendig in te drukken. Onmiddellijk treed het Gnoomse noodmechanisme in werking. Vangnetten verschijnen overal uit de wand – en begeven het niet veel later onder de last van neerstortende rotsen en een vallende draak. Op het laatste moment vult de bodem zich echter met een wonderlijk mechaniek: enorme tonnen openen zich en vullen de ruimte met verende sponsen. De helden stuiteren met lift en al zachtjes neer en benutten de twee of drie tellen die ze hebben om een zijgang in te rennen. Kamak redt hier de overige helden door hen weg te slingeren en zelf met al zijn macht en kracht rotsen op te vangen die anders dodelijke gevolgen hadden kunnen hebben. Hij sneuvelt uiteindelijk onder een machtige steenlaag, een heroïsche dood.
Meryl ligt bewusteloos, grotendeels bovenop de steenlaag. De tunnel waar de helden in zijn gedoken is grotendeels geblokkeerd. Na enige discussie besluiten ze de blokkade definitief te maken door een dwergenkaasbom te improviseren en af te laten gaan. De kaas smelt, wordt oogverblindend witheet, implodeert en explodeert vervolgens met een verbazende en weinig welriekende kracht. De explosie achtervolgt de vluchtende overlevende helden in de vorm van een baard-achtige golf. De tunnel mondt uit op een grote ruimte met in de diepte een meer. Eens was er duidelijk een brug, nu rest daar nog slechts een klein stukje van. Fela sprint op zeer professionele, efficiënte en kaarsrechte wijze de diepte in. Bíta spint en danst door de lucht, maakt salto’s en sprongen en maakt het nog mooier door duistere lichten uit haar handen te doen vonken. Særwen duikelt in een epische, drievoudige salto naar beneden – en komt met een nogal harde klap op het water terecht. Vængr verandert zichzelf in een walrus en – terwijl Alastyr zich aan één van zijn slagtanden vastklampt – springt al flappend vooruitgedreven door de baard-golf zelf de diepte in. Hij duikt gigantisch ver de diepte in en schiet met een enorme snelheid en behendigheid majestueus weer naar het wateroppervlak.
De ruimte waarin ze zich bevinden herkennen ze – wonderbaarlijk genoeg – als de plaats waar ze telkens de Svartálfe An Cailech tegen zijn gekomen. Ze gaan naar haar eilandje. De bewusteloze Særwen wordt op de rug van de walrus gebonden; Alastyr is wat nat maar geniet; Fela en Bíta binden touwen aan de slagtanden van Vængr, die begint te zwemmen, en surfen achter hem aan. Vængr stapt zichzelf transformerend het eilandje op; Fela en Bíta stappen kordaat van hun plankjes af zoals in een andere dimensie alleen een zekere piratenkapitein dat kon; Særwen en Alastyr worden ietwat nat op het strandje gelegd. An Cailech komt op hen toe en groet hen mysterieus. Ze gebiedt hen mee te komen naar een zienerspoel. In deze poel zien ze hoe Pedro, gezeten op vliegende varkens, een gigantische Magna Bomba op Mannaheimr doet neerkomen. Ze vertelt dat veel van de bewoners en de Shadar-Kai al weg waren tegen die tijd, maar dat de Orks en Goblims nog veelvuldig aanwezig waren. Zelfs de grot waarin de helden zich nu bevinden schudt door de klap. Van Mannaheimr is niets over dan een groot, zwart gat dat langzaam door de rivier tot meer gemaakt wordt. De explosie neemt de vorm aan van een paddenstoel van epische proporties met daarbovenop een beeltenis van een zittende, lachende Bíta. Pedro wuift haar een kusje toe en verdwijnt weer uit beeld.
Bíta, die eens de Cailech fopte, krijgt van haar een amulet met mysterieuze eigenschappen. Ze kan hem – zoals later blijkt – niet meer afdoen, noch kan een ander dit veilig voor elkaar krijgen. An Cailech spreekt even cryptisch als anders en gebiedt hen Svartálfheimr binnen te gaan en ‘te doen waar ze goed in zijn’, ze zouden ‘nodig zijn’. Het vuur flakkert wat blauw en er klinken af en toe doffe dreunen in de verte. De helden spoeden zich onder aanmaningen van Fela voort.
Ze komen aan de andere kant van het meer bij wat een Dwergse ruïne lijkt, maar bewerkt met een vreemde architectuur. Ergens in de verte klinkt een hoorn. Ze gaan de ruïne in via een overdekte tunnel. De ‘stad’ blijkt in wezen uit één gigantisch gebouw van schier eindeloze gangen te bestaan. Ze hebben het idee bespiedt te worden. Fela merkt een magische verhulling op en fluistert ertegen. Magisch wordt ze – kortstondig – verblindt. Ze zijn omringd door Gnomen in grijze, grauwe kleding. Eén draagt een tovenaarsmuts en lijkt de leider te zijn. Ze spreken bij voorkeur in de 1e persoon meervoud. De ‘leider’ blijkt Ratcer te heten. Na enig overleg en grote spanning biedt hij aan hen als gids te leiden. Het plan is om een patrouille te overvallen en zodoende aan vermommingen te komen. Er blijken ook blanke elven in Svartálfheimr te leven.
Vlak voor het sessie-einde stellen ze de wijze wandelstok de vraag hoe ze het beste het kistje open kunnen krijgen: een schallende stem buldert met magisch effect dat dit bij een draak, of drakenmagiër zou zijn. Tot zo ver een stil-sluipende entree. De Gnomen schrikken van de herrie.

Einde sessie.

Comments

Lars_Nooij

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.