Norn

DnD Norn: Sessie 21 (01/07/2014)

Invasie!

Aanwezig: Bíta (Lucy), Fela (Sanne), Særwen (Lisa), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Kamak (Niels)

Na hun bijeenkomst met Wisselaarambassadeurs Grigor-A en Grigor-B zoeken de helden een herkomen voor de nacht in “Het IJzeren Zwijn”, een taveerne-en-theehuis in het volkskwartier van Mannaheimr. Ze drinken er en eten er hun mysterieuze soep-uit-brood alvorens na enkele moeizame pogingen tot gesprek naar bed te gaan. Onweer weerklinkt en flitst in de bergen waaruit ze dagen eerder kwamen De helden hebben een onrustige nacht – Særwen probeert Vængr en Fela af te luisteren, Vængr en Fela spreken over onbekende zaken en Bíta bleekt haar haar met urine.
De volgende morgen is de stad onrustig; er blijkt een dwergse gezant voor de poorten te staan die om een audiëntie met Regent en Burchmeester Kormákr Oddrson vraagt. De poortwachters houden de doorgang versperd tot de regent orders heeft doen uitgaan. De helden – met hun imposante, gewapende indruk – verkrijgen toestemming de dwerg te spreken en even later zelfs hem binnen te laten, waarop ze in een besloten wachtkamertje met hem mogen overleggen. Hij vertelt hen dat hij drie dagen geleden door Siwaz met een noodkreet is uitgestuurd; de Grootvorst en het Eerste Legioen zijn na enkele dagen van voorspoedige omars bij de aanval op een kleine, verloren dwergenburcht massaal aangevallen. Siwaz en het leger hebben zich vechtend de burcht in weten te werken en hebben de poorten achter zich gesloten om de massa vijanden buiten te sluiten. Nu worden ze er belegerd. De poortwachter informeert de gezant dat de regent hem nu kan ontvangen.
De helden vergezellen de gezant naar de regent, die hen als bijzondere gezanten van de Grootvorst toestaat mee naar binnen te komen. De Donjon is rokerig en schaduwachtig, zelfs op dit uur van de dag. Kormákr zetelt op een lage troon die op een verhoogd platform naast een hoge troon met daarop een kroon staat. Rechts van hem zit een meisje van een jaar of tien op een lage stoel; dit moet Ingrit Haraldsdottir, ’s koningsdochter, zijn. De regent luistert aandachtig naar het pleidooi van de dwerg en van de helden, maar weigert steun toe te zeggen; hij maakt duidelijk dat hij niet over de troepen beschikt om een dergelijke campagne te ondernemen, hoewel hij de vriendschap van de dwergen niet wil schaden. Hij biedt de dwerg het gebruik van de lang verlaten dwergenambassade aan.

Plots klinkt er buiten groot rumoer. Ingrit rent met vreemde blik naar buiten. Een kasteel – met magische bollen en vlammen eronder – zweeft boven Mannaheimr. Het kasteel lijkt op de sterkere van de heuvelforten die ze in westelijk Garðarríki zagen. Een vreemde kreet weerklinkt en Ingrit schreeuwt ook en begint de lucht in te zweven. De helden redden haar door de magie te verbreken en haar op te vangen; ze is bewusteloos. Særwen brengt haar snel de donjon binnen. Nu begint het echter Shadar-Kai te regenen, die uit de burcht springen. Ook schallen er horens en barst er een wild gezang uit; een ork-leger bevindt zich op de vlakte en valt de stadsmuren aan.
De helden snellen naar binnen om Ingrit te verdedigen. De regent blijft met zijn garde buiten om te proberen de verdediging te leiden. Hij sneuvelt al snel en hoewel een deel van zijn mannen wanhopig de torens van de hofburcht blijft verdedigen weten de Shadar-Kai de loopbrug tussen burcht en stad op te halen en de burcht zodoende van de stad af te snijden. De helden verschansen zich; ze benutten tafels voor dekking, plaatsen een magische gifwolk voor de poorten van de hal en bereiden zich voor op een bittere strijd.
Ze worden aangevallen door twee Shadar-Kai krijgers die Vængr genadeloos aanvallen met de dans-des-doods en een sluipende Shadar-Kai die zich op Bíta stort. Ook is er een grafgeest die met een verlammend angst-aura voor verschrikking zorgt. Allen vechten ze zonder angst. De helden – gesteund door een tweetal wachten, maar verzwakt door de val van Vængr – zetten grote krachten in. Fela en Bíta roepen immense elementale krachten op om hun vijanden tegen te houden en te vernietigen; Særwen benut haar sjamanistische krachten om vanuit een veilige positie in de achterhoede – ze gebruikt de koningstroon als dekking – haar medestrijders in leven te houden.
De strijd eindigt in een overwinning voor de helden, al zijn ze allen – behalve Særwen – ernstig geraakt en zijn ze – op Vængr na – sterk uitgeblust door het gevecht. Ze horen nu echter het kasteel landen op de donjon en horen snelle voetstappen op een hogere verdieping. Wanneer ze de poort openen zien ze de regent dood liggen, omringd door vele Shadar-Kai. In de stad rijst rook op en weerklinkt geschreeuw en strijd. Ze sluiten en barricaderen de poort snel en duiken een kelderluik in, de wachten en de prinses met zich meenemend.
Ze stuiten tot hun verbazing op een ruimte die in niets lijkt op de houten donjon erboven. De kelder is duidelijk oud. Hij bevat een sfinx-standbeeld, een glazen wand en vreemde symbolen. Waterleidingen steken uit de muur. De sfinx biedt de helden een raadsel. Bíta en Særwen geven verkeerde antwoorden en worden door een staak gespiest, alvorens naar de kamer achter de glazen wand te worden geteleporteerd. Vængr lost het raadsel echter op. Ze zijn nu allen in de achterkamer. Hier moet een puzzel op de grond worden opgelost; vreemde tekens in een oud en moeilijk ontcijferbaar schrift helpen enigszins. Het lukt ze uiteindelijk na wat knap spring-en-vliegwerk van Vængr en denkwerk van de anderen om ook dit op te lossen. Een muur opent en vormt een doorgang. Ze snellen erdoor.
Ze bevinden zich nu in een hal, waar zich verbazend genoeg Meryl en de Wisselaarsambassadeurs – versterkt door enkele Wisselaarkrijgers – bevinden. Ze staan in gespannen sfeer tegenover elkaar; de Wisselaars dragen het bloedtandkistje en hebben hun wapens getrokken. Allen kijken verbaast naar de helden.

EINDE SESSIE – een goede zomer aan allen!

Comments

Lars_Nooij

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.