Norn

DnD Norn: Sessie 20 (19/06/2014)

Welkom in Mannaheimr

Aanwezig: Bíta (Lucy), Fela (Sanne), Vængr (Tom), DM (Lars)
Afwezig: Kamak (Niels), Særwen (Lisa)

De sessie opent te Pedro’s palazzo. Vængr komt na lange tijd van de wc en wordt goed en wel bijgepraat over alles wat er eerder gebeurd is. Vervolgens verschijnt Pedro weer. Hij steekt voorzichtig zijn hoofd om de hoek van de eet- en slaapkamer waarin de helden zich bevinden en haalt een klein briefje uit zijn borstzak. met grote moeite lees hij voor wat er staat: Yer yalan atthirari anni, shekh ma shieraki anni, aqorasok irge yera (Jij bent de maan van mijn leven, mijn zon en sterren, ik zal je van achteren nemen). Vængr weet als enige door het accent heen te verstaan wat hij hier in het Dotthrakí zegt en vertaald het voor een wat angstige Bíta. Deze gaat prompt in beraad met de expert: Fela. Ze formuleert eisen (voor het zingen de kerk uit – hetgeen Pedro zéér letterlijk neemt; hij teleporteert ze naar een kerk en ze gaan weer weg voor het zingen – en dat ze moeten verloven, waartoe hij haar een ring geeft), Pedro willigt ze in. Vervolgens vliegen ze op Grote Dikke door het raam van zijn slaapkamer naar buiten naar een bergweide, waar Pedro “il cannone” tevoorschijn haalt; het blijkt een verrekijker te zijn. Terwijl Bíta naar een nu glimlachende maan en een hartvormig sterrenstelsel kijkt ontkleedt Pedro zich. Zodra hij zijn broek uittrekt ziet hij er ineens uit als Þór. Hij neemt haar en gaat bepaald niet voor het zingen de kerk uit.

Þór helpt de helden een eindje op pad richting Mannaheimr, hofstad van Norn, alwaar de regent – Kormákr Oddrson – zetelt. Het regent licht. De stad bevindt zich op een vlakte waarop vele wilde paarden galopperen en een langzame, brede rivier slingert zich richting de stad. Vlak voor de stad verdwijnt de helft van de rivier plotseling onder de grond; de andere helft slingert zich langs de donjon. Ze gaan de stad binnen door de noorderpoort, waar vriendelijke poortwachters hen de weg wijzen. Ze besluiten naar de grote markt te gaan om meer informatie over de stad te verkrijgen. Een appelverkoper vertelt hen dat het nu zeer rustig is in de stad; de Ding is voorbij en er is geen grote markt gaande. Er zijn zelfs maar weinig delegaties aanwezig in het diplomatieke kwartier en de regent laat bar weinig informatie uit de Donjon van de hofburcht ontsnappen. Wel zijn er geruchten over een dreigende handelsblokkade door de Dracovarische vloot, die de zee ten westen van Norn domineert. Ook zijn er geruchten over ongewone activiteit op de Dracovar-ambassade in de stad.

De helden gaan nu op bezoek bij Meryl die Fela heeft ontmoet toen zij naar Mannaheimr kwam om informatie te vergaren over Xarax de Grote en zijn magie. Ze worden vriendelijk ontvangen in een opvallend donkere en spaarzaam ingerichte kamer. Ze spreken elkaar bij. Meryl vertelt de helden – geregeld vrij cryptisch – dat de Ding ernstig is mislukt en dat de Hoge Heren met de regent lijken te zijn gebroken. Ook meldt ze dat er in het holst van de nacht zeer recent een bijzonder kistje met het teken van een bloedtand erop de Wisselaarambassade in is gevoerd en dat vele partijen hier nu een grote interesse in hebben. Eén van die partijen zou de regent zelf zijn. Halverwege het gesprek horen ze ver onder de kamer een deur slaan, waarop Meryl zich excuseert en door een zijdeur afdaalt naar een verre kelder. Men vindt haar duidelijk verdacht.

Nu volgt het bezoek aan de Wisselaarambassade, waar Grigor-A en zijn vrouw Grigor-B de ambassadeurs zijn. Voor de ambassade bevindt zich echter de Spreeksteen, ook wel de Raadsrots genaamd (een wisselaartraditie), alwaar een zwartbaardige priester uit Dalecarlië in het oosten een menigte knielende, vrouwelijke toehoorders toespreekt. Hij vertelt, terwijl er wat mannen bij komen knielen, dat hij Þór uit de hemel zou hebben zien vallen en dat hij nu de raven volgt op zoek naar de godheid. Volgens hem is dit een aankondiging van het einde der tijden. Þór zou in zijn val een corrupt kwartier van de hoofdstad van Garðarríki hebben verwoest, in toorn. Hij waarschuwt Bíta, die hem aanspreekt, dat de eindtijd eraan komt!

De Wisselaars groeten de helden, die immers grotendeels Wisselaars zijn, bij binnenkomst in de ambassade. Ze zijn bijzonder vriendelijk en toegankelijk en herkennen Vængr en Bíta onmiddellijk. De helden zijn vrij direct over hun interesse in het kistje. Grigor-A en –B maken zich er zelf ook duidelijk zorgen over; ze vrezen dat er een poging zal worden gedaan het te stelen! Ze spreken met de helden af dat ze gezamenlijk een val zullen zetten om de verborgen vijand uit te lokken. Wat ze niet weten is dat de helden eerder al aan Meryl hebben toegezegd meer informatie omtrent het kistje te zullen verzamelen in ruil voor haar “connecties” bij het bereiken van ofwel de regent, ofwel de “Hoge Heren”.

EINDE VERSLAG

Comments

Lars_Nooij

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.